Niet twee, maar drie dialoogbijeenkomsten
Praktijkvoorbeeld Horst aan de Maas
Bij Synthese in Horst aan de Maas staat ‘praten over morgen’ hoog op de agenda. Met een theatervoorstelling, dialoogbijeenkomsten en een interactieve dag over hoe het is om ouder te worden, wordt dit gesprek op verschillende manieren gestimuleerd. De dialoogbijeenkomsten van Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar zijn een succes; in plaats van twee werden er drie georganiseerd.

Anja Damhuis is mantelzorgondersteuner bij Synthese en organiseert projecten met betrekking tot ‘praten over morgen’. Ontdek hier meer over het project Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar.
Waarom deden jullie mee aan ‘Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar’?
Anja: “Binnen ons werkplan bij Synthese vinden we het heel belangrijk om ‘praten over morgen’ te stimuleren. Een van de speerpunten is ook het omzien naar elkaar of het er zijn voor elkaar, in verschillende dorpen en wijken. De aanleiding hiervoor is de dubbele vergrijzing die plaatsvindt, zeker in Limburg, waar dit nog sterker speelt dan landelijk. Daarnaast is er een personeelstekort in de zorg, wat grote gevolgen heeft voor inwoners. In gesprekken met mantelzorgers merk ik dat de druk op hen enorm toeneemt. De groep mantelzorgers groeit ook sterk. Ons doel is dan ook bewustwording creëren over deze maatschappelijke ontwikkelingen en het gesprek over later stimuleren, zowel voor inwoners als voor mantelzorgers, vrijwilligers en professionals. We willen dat mensen met elkaar het gesprek aangaan over wat de toekomst brengt.”
“Ons doel is bewustwording creëren en het gesprek over later stimuleren.”
Hoe hebben jullie deelnemers voor dialoogbijeenkomsten geworven?
“We zijn gestart met de theatervoorstelling ‘Mag ik je kussen?’, die gaat over de zorg van morgen. Het is een indrukwekkende voorstelling die het gesprek op gang brengt. We hebben samen met De Zorggroep, een grote zorgorganisatie in Noord-Midden Limburg, Groene Kruis ledenorganisatie, Synthese en de gemeente gekeken hoe we deze voorstelling konden inzetten.
Uiteindelijk zijn er vier voorstellingen gegeven in september 2025 met in totaal ongeveer 575 bezoekers. Na de voorstelling was er een nagesprek met inwoners, professionals, vrijwilligers en mantelzorgers. Dit was een eerste aanzet om het gesprek over morgen te laten plaatsvinden. In de aankondiging gaven we al aan dat er een vervolg zou komen: dialoogbijeenkomsten om verder de diepte in te gaan.
Horst aan de Maas is een grote plattelandsgemeente met 16 kernen en de gemeente kiest voor dorps- en wijkgericht werken. Voor de dialoogbijeenkomsten hebben we gekozen voor een persoonlijke benadering van sleutelfiguren bij lokale initiatieven. Deze zijn uitgenodigd voor de dialoogbijeenkomsten in oktober. Het idee is dat zij in de toekomst, met behulp van een train-de-trainerprogramma, in hun eigen dorp of wijk dialoogsessies met inwoners kunnen houden. Op deze manier bereiken we meer mantelzorgers, ook die in een kwetsbare positie, die anders moeilijk te bereiken zijn. Sleutelfiguren kunnen deze groep makkelijker aanspreken.
“We hebben gekozen voor een persoonlijke benadering van sleutelfiguren bij lokale initiatieven.”
De uitnodiging voor de dialoogbijeenkomsten is ook gestuurd naar alle bezoekers van de theatervoorstelling. Daarnaast plaatsten we een oproep in de nieuwsbrief voor mantelzorgers, die naar 750 personen ging, en verspreidden netwerkpartners de uitnodiging onder hun achterban. Uiteindelijk namen 45 mensen deel aan de dialoogbijeenkomsten, waardoor we in plaats van twee, drie bijeenkomsten hebben gehouden.
Tot slot volgde in november de ‘Over Morgen Tour’, een interactieve dag waar mensen konden ervaren hoe het is om ouder te worden, bijvoorbeeld met een ouderdomspak of een virtual reality-bril die dementie nabootst. Ongeveer 350 mensen namen deel aan deze dag.
We hebben dus drie acties gehad om het gesprek en de bewustwording over later op gang te brengen: de theatervoorstelling, de dialoogbijeenkomsten en de ‘Over Morgen Tour’. Voor 2026 kijken we hoe we verder kunnen gaan, onder andere met een train-de-trainerbijeenkomst. Dit doen we na een evaluatie met de werkgroep en in overleg met de gemeente.”
Wat zijn jullie plannen voor de toekomst om het gesprek voort te zetten?
“We hebben nu zaadjes geplant, maar het is belangrijk dat we doorgaan. Het moet niet bij een eenmalige actie blijven. We zijn nu bezig met het werkplan voor het nieuwe jaar en kijken hoe we het vervolg kunnen geven. Bijvoorbeeld door nieuwe dialoogbijeenkomsten te organiseren over thema’s die leven onder inwoners, zoals het levenseinde of kwaliteit van zorg. Deze thema’s hebben we opgehaald tijdens de theatervoorstelling en de Tour door ideeënkaarten te laten invullen. We willen aansluiten bij de behoeften die er zijn.
“We hebben nu zaadjes geplant, maar het is belangrijk dat we doorgaan. Het moet niet bij een eenmalige actie blijven.”
Ook de samenwerking met andere organisaties en het gebruik van bestaande netwerken zijn belangrijk. Door samen te werken bereik je meer mensen en kun je kosten delen. Financiering is altijd een aandachtspunt. Voor de toekomst is het belangrijk om te zorgen voor borging, zodat het project onderdeel wordt van een groter geheel en niet een tijdelijk initiatief blijft.
Een leerpunt is dat we vooral de oudere doelgroep (55-plus) hebben bereikt. Ik had graag meer jongere mantelzorgers en jongeren in het algemeen willen bereiken, want dit is ook voor hen een belangrijk onderwerp. Ik weet nog niet goed hoe we die groep kunnen aanspreken, maar dat is zeker iets waar we over na gaan denken.”
Welke tips heb je voor andere organisaties of gemeenten?
“Gebruik laagdrempelige middelen, zoals de voorstelling ‘Mag ik je kussen?’, voor bewustwording en om inwoners aansluitend uit te nodigen voor een dialoogbijeenkomst. Inmiddels is er ook een film gemaakt van de voorstelling, die makkelijker vertoond kan worden. De kracht van cultuur, zoals theater en film, werkt goed om mensen te prikkelen en te inspireren. Dat zou ik zeker weer inzetten. De film laat verschillende perspectieven zien, zoals een mantelzorger die overbelast raakt, een jonge zorgmedewerker die te weinig begeleiding krijgt en het beleid dat onder druk staat. Het is een maatschappelijk vraagstuk waar we samen mee aan de slag moeten. Iedereen heeft daarin een rol.
Een belangrijk advies voor de dialoogbijeenkomsten: sluit aan bij wat er al is en werk samen met andere organisaties. Maak gebruik van bestaande netwerken en sleutelfiguren in dorpen en wijken. Persoonlijk contact en een persoonlijke uitnodiging zijn heel belangrijk om mensen enthousiast te maken.
Maak de groepen bij dialoogbijeenkomsten niet te groot, zodat iedereen aan bod kan komen. Door met aanmeldingen te werken, weet je wie je aan tafel hebt. En zorg voor een veilige sfeer tijdens de dialoog, zodat mensen persoonlijke verhalen durven delen. De gespreksbegeleider zal ook duidelijk maken dat alles wat wordt gedeeld binnen de groep blijft.
En als professional: ervaar zelf eens een dialoogbijeenkomst, want dan zie je pas echt de meerwaarde. Ik ben zelf heel enthousiast over deze methode. Je kunt erover lezen, maar door het zelf te ervaren, begrijp je het pas echt. Vraag bijvoorbeeld of je bij een andere gemeente mag meedoen aan een dialoog- of train-de-trainerbijeenkomst.
“Ik ben zelf heel enthousiast over deze methode.”
Tot slot: zorg voor borging. Het moet geen eenmalige actie zijn, maar onderdeel worden van een groter geheel. Denk na over financiering en samenwerking, zodat je het project kunt voortzetten en uitbreiden. Door samen te werken en aan te sluiten bij bestaande initiatieven, bereik je meer mensen en kun je echt het verschil maken."
Cijfers op een rij
- Theatervoorstelling ‘Mag ik je kussen?’: 4 voorstellingen, circa 575 deelnemers.
- Dialoogbijeenkomsten: 3 bijeenkomsten, 45 deelnemers (oorspronkelijk gepland: 2 bijeenkomsten).
- Nieuwsbrief mantelzorgers: 750 geregistreerde mantelzorgers ontvingen de uitnodiging.
- Over Morgen Tour: 1 dag, circa 350 deelnemers.
- Gemeente Horst aan de Maas: 16 kernen, dorps- en wijkgericht werken.
- Belangrijkste doelgroep: vooral 55-plus, wens om meer jongeren te bereiken.
- Samenwerking: met zorgorganisaties, gemeente, vrijwilligers en sleutelfiguren uit de dorpen en wijken.
- Financiering: deels via subsidies, deels via samenwerking en eigen middelen.