• Ervaringsverhaal

'Het gaat zo geleidelijk en het is zo natuurlijk, dat je het vaak niet als mantelzorg ervaart.'

‘Het is in coronatijd begonnen met koken voor mijn ouders’, zo begint Paul (62) zijn verhaal. ‘Ze konden niet meer uit eten en dat vonden ze zo jammer. Toen ben ik eens per week voor hen gaan koken rondom een thema. Verder konden ze het samen nog redden.’ Begin 2025 is de moeder van Paul overleden, waardoor zijn vader (92) alleen kwam te staan. De mantelzorg voor hém is inmiddels flink gegroeid.

Paul zorgt voor zijn vader

Lichamelijke ongemakken

‘Mijn vader woont nog zelfstandig en gelukkig heel dicht bij mij in de buurt. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd. Hij is nog heel erg helder en bij de tijd, maar zijn lichaam heeft hem een paar keer in de steek gelaten. Een paar maanden na het overlijden van mijn moeder brak hij door een val zijn heupbekken. En toen hij net thuis was, na twee maanden in een revalidatiecentrum, kreeg hij een TIA. Eind van het jaar volgde ook nog een staaroperatie met de nodige nazorg. Ik heb het er dit jaar behoorlijk druk mee gehad.’

Praktische hulp

In plaats van eens per week kookt Paul nu twee keer per week voor zijn vader. Eerst doet hij voor een paar dagen boodschappen en als hij staat te koken, kan zijn vader veilig onder de douche. Sinds het gebroken heupbekken is het beter dat er dan iemand in huis is. Verder zijn er regelmatig ziekenhuisafspraken of bezoekjes aan een apotheek waar Paul bij ondersteunt. En hij helpt met de tuin en zwaardere klussen in huis, zoals het bed opmaken. Eens per week komt er iemand helpen voor het schoonmaakwerk. 

Paul vult aan: ‘Naast alle praktische hulp, kijk ik ook een beetje mee in mijn vaders agenda. Ik herinner hem aan verjaardagen, maar we kijken ook elke week wat er voor de week erna gepland staat en wat hij daar aan hulp bij nodig heeft.’

Combinatie met werk

‘Ik werk als zelfstandige en toen mijn moeder vrij plots overleed, heb ik opdrachten tijdelijk verminderd. Het afgelopen jaar heb ik dus vrij weinig gewerkt, maar dat kan natuurlijk niet zo blijven.’ Gelukkig is zijn vader van de heupbekkenbreuk en de TIA goed hersteld en is er nu iets minder hulp nodig. ‘Maar als dat weer meer wordt, moet er wel iets veranderen. Ik probeer heel bewust mijn grenzen te bewaken. Dus dan moet er ofwel meer thuiszorg komen, of hij zal toch moeten verhuizen. Hij vindt dat zelf vreselijk omdat hij zo geniet van zijn tuin, dus we hopen dat dat niet hoeft. Hij wil daar zelf liever niet over praten, dus het is lastig om plannen te maken.’

Emotionele zorg

Paul ziet het zelf niet als intensieve mantelzorg. ‘Maar dat is het natuurlijk wel. Het gaat zo geleidelijk en het is zo natuurlijk, voor je eigen vader zorgen, dat je het vaak niet als mantelzorg ervaart.’ Paul vindt vooral de emotionele opvang van zijn vader soms moeilijk. ‘Hij was erg verdrietig toen mijn moeder na 63 jaar huwelijk overleed. Hoewel hij reëel en nuchter is, voelde hij zich voelde zich enorm schuldig dat hij de symptomen van haar naderend einde te laat als ernstig heeft gezien. Het is dan soms wel lastig hem uit die put te trekken. Verder vind ik het moeilijk om het juiste niveau van hulp te bepalen: genoeg hulp bieden maar niet overbezorgd zijn en daarmee zijn eigenwaarde aantasten.’ 

Ook het feit dat de mantelzorg versnipperd is over de dagen, vindt Paul lastig. ‘Ik heb liever een vaste structuur en alle afspraken wat meer in blokken maar dat lukt heel vaak niet. Nu kost het in tijd niet eens zo heel veel, maar ik ben er wel dagelijks mee bezig.’  Ook vakanties zijn daardoor bijna niet te plannen. Paul vertelt: ‘Voorheen ging ik elk jaar wel meerdere keren weg, een week, soms drie weken. Dat heb ik nu al een tijd niet meer gedaan. Mijn zus kan wel wat opvangen maar zij woont niet in de buurt en heeft een drukke baan.’

Steun van zijn zus

De zus van Paul, Monique, ondersteunt haar vader op een andere manier. Paul: ‘Elke ochtend belt mijn vader haar om even een teken van leven te geven. Doet hij dat niet op tijd, dan stuurt ze mij erop af. En de keren dat ze er is, zo eens in de twee weken, helpt ze hem om langzaam maar zeker het grote huis wat leger te ruimen. Na elk bezoek gaan er weer dozen mee, met spullen die zij voor hem uitzoekt en verkoopt.’  

Je hebt een stip op de horizon nodig om het goed vol te kunnen houden.
Paul (62) zorgt voor zijn vader.

Uitlaatkleppen

Paul heeft gelukkig een paar goede uitlaatkleppen. Zo sport hij meerdere keren per week. Ook gaat hij er veel op uit met de fiets of op zijn motor. Met een goede vriend kan hij ook goed over de zorg praten. Zijn vriend heeft ervaring met mantelzorg en herkent zijn verhalen. ‘Tijdens de revalidatie was de zorg het meest intensief. Maar omdat ik wist dat dat tijdelijk was, kon ik dat aan. Je hebt een stip op de horizon nodig om het goed vol te kunnen houden.’

Toekomst

‘We nemen het maar dag voor dag. Mijn vader denkt zelf dat hij geen járen meer heeft, maar niemand kan in de toekomst kijken. Voor nu hebben we een goede balans gevonden. Mocht daar iets in veranderen of heeft hij in de toekomst toch meer hulp nodig, dan maken we weer nieuwe keuzes.’