'Hij woont sinds drie jaar opeens niet meer thuis. Dat is af en toe zo moeilijk.'
Al 47 jaar zijn Hanneke (73) en Hans (76) met elkaar getrouwd. ‘En nu woont hij sinds drie jaar opeens niet meer thuis. Dat is af en toe zo moeilijk.’ Drie jaar geleden kreeg Hans plotseling een dubbele hersenbloeding. Hanneke herinnert zich nog elke seconde van dat afschuwelijke moment: ‘Hij klapte zo voorover en bleef liggen. Ik heb meteen 112 gebeld en de ambulancebroeders hebben hem meegenomen. Het was duidelijk dat het foute boel was.’ Na een verblijf in het ziekenhuis en twee revalidatiecentra, is hij in een verpleeghuis gaan wonen. ‘We wonen tweehoog, dus hij is nooit meer thuis geweest. Dat kan niet meer.’

Beperkingen
In het begin kon Hans niet meer goed spreken en schrijven. Het lukte Hanneke niet om hem te verstaan. ‘Ook zijn geheugen was slecht. Hij wist en begreep niets meer. Niet kunnen communiceren met je man is zo verdrietig.’ Gelukkig is dat inmiddels erg verbeterd. Maar lopen lukt niet meer. Hans zit daarom in een elektrische rolstoel. Hanneke bezoekt hem elke dag.
Liters koffie
Ze vertelt: ‘Ik ga altijd met het openbaar vervoer. Vaak ben ik er al om een uur of tien en dan blijf ik tot het avondeten. We lunchen altijd hier. En we drinken koffie, heel veel koffie.’ Hanneke moet lachen. ‘Boodschappen doen we soms samen en dan drinken we ook ergens koffie. Hans houdt daar zo van! Bij mooi weer maken we een ommetje naar de kinderboerderij. En we lezen samen de bijbel, kijken televisie of doen een spelletje.’
De was en de kapper
Hans krijgt in het verpleeghuis natuurlijk zijn dagelijkse verzorging, maar Hanneke doet ook veel voor hem. ‘We hebben het niet zo breed en de was laten doen is hier best duur. Die neem ik daarom mee naar huis. Daar heb ik gelukkig een traplift zodat ik niet alles de trap op hoef te sjouwen.’ Hanneke doet ook het haar van Hans. ‘Dan zit hij er weer netjes bij en het scheelt in de kosten.’
Ongeveer eens per maand gaan ze met de rolstoelbus naar de kerk. Als Hans daar naar het toilet moet, helpt Hanneke hem. ‘Soms doe ik dat ook in het verpleeghuis. Ik heb zelf jarenlang in de bejaardenzorg gewerkt dus ik weet goed hoe ik dat moet doen. En het verplegend personeel heeft niet altijd tijd als Hans net hoge nood heeft. Ik help ook vaak met aankleden. Even zijn overhemd naar beneden trekken of zijn broek goed doen.’
Zelf doen
Hans heeft een administratieve achtergrond. ‘Dat stuk kan hij oppakken’, legt Hanneke uit, ‘Door zijn ervaringen kan hij nog steeds onze administratie doen en bepaalde dingen die geregeld moeten worden. Hij zorgt voor betalingen en belt bijvoorbeeld de reparateur als de traplift bij mij thuis stuk is.’
Intensief contact
Hanneke en Hans hebben geen kinderen. Met zijn familie heeft Hans weinig contact omdat de familie niet meer in Nederland woont. Het contact met Hanneke is voor hem daarom extra belangrijk. Hanneke zegt: ‘Het is wel moeilijk dat we niet meer samen kunnen wonen. Maar we hebben onze eigen manier gevonden. Zo hebben we allebei dezelfde koekoeksklok. Als we elkaar aan de telefoon hebben, vragen we: ‘En, heeft hij bij jou al geslagen?’. En dan moeten we hard lachen. Hans belt me vaak. Hij wil altijd zeker weten dat ik weer veilig thuis gekomen ben, zeker als het in de winter al vroeg donker is.’
Verhuizen
Het verpleeghuis waar Hans nu woont, moet over ruim twee jaar dicht. Het pand is oud en wordt gesloopt. Daarom moeten Hanneke en Hans op zoek naar een nieuwe woonplek voor Hans. De locatie die hen is aangeboden vinden ze niet prettig. Hans hoopt dat hij ergens een kamer kan krijgen met eigen voorzieningen. ‘Nu moet hij op de gang naar het toilet en onder de douche. Die deelt hij met de andere bewoners. Een eigen plekje is toch wel fijn.’ De video van de locatie die ze op het oog hebben, zag er veelbelovend uit. Binnenkort volgt een bezoek.
Optimistisch
Hanneke en Hans hebben allebei een leven met veel tegenslag achter de rug. Een moeilijke jeugd, problemen op het werk, een zwaar ongeluk. Hanneke glimlacht: ‘Je zou het misschien niet zeggen maar eigenlijk is dit de gelukkigste tijd in ons leven. We hebben het nu ondanks alles goed met z’n tweetjes. We kunnen nog een boel dingen doen en we praten veel samen. Dat we niet in één huis wonen, is zwaar. Maar we hebben zwaardere tijden gekend en die hebben we ook gered.’