
Michiel
Ja dat weet ik ook wel!
Mijn zoon is meester in het stille spel! Dat is ook niet verwonderlijk aangezien hij niet kan praten, maar met gevoel voor drama heeft hij een prachtige stille timing. Vooral als het om pech en zijn vader betreft.
Zo hadden we een beroemde dramaandag. We? Ik!
De wekker gaat bij ons doordeweeks ruim voor 7 uur af. Zodat we onze Mantelzorgelijke ochtendrituelen kunnen doen. Voor iemand die 's avonds nog veel activiteiten doet, is dat gelijk aan midden in de nacht. Dus om een beetje een beeld te krijgen hoe ik er dan bij loop…
Ken je The Walking Death?
Zo ongeveer.
Eerste stop die dramaandagochtend was de badkamer. Even flink schrikken van onze twee ‘Anyway the wind blows’ haarkoppen met dito gezichtsexpressie en dan tandenpoetsen en mijn zoon scheren.
Ik had het geniale idee om de dop van de wasbak in te drukken, zodat het water zou blijven staan. Dat is gemakkelijker bij het natscheren. Dit had ik nog niet eerder bedacht en nog nooit gedaan. Ik kwam er als snel achter waarom niet.
Nadat ik Junior in een soort freefight had gladgeschoren – hij heeft namelijk een hekel aan een scheermes op zijn gezicht – wilde ik de dop uit de afvoer halen.
Die zat vast. En hoe!
Ik staarde verdwaasd naar de wasbak vol water, zeep en haartjes. Naast mij voelde ik Juniors blik op mij rusten. Ik richtte mijn blik op hem.
Zijn gezicht keek me droog aan. Alsof hij wilde zeggen:
‘Je kan nog wel een uur staren, maar dat water gaat niet weg.’
Ja dat weet ik ook wel! Bedankt voor deze wijze woorden zoon.
Ik besloot dat dit een probleem was voor ná de koffie en we gingen verder met onze ochtendrituelen.
Even later stonden we met de jas aan. Klaar om naar de dagbesteding te rijden. Ik stond nog half in de deurpost toen ik me bedacht dat op de eettafel mijn telefoon nog lag. Op dat moment maakte mijn hoofd enkele foute beslissingen.
Een deel wilde naar de eettafel de telefoon pakken, een ander deel wilde de deur sluiten en nog een ander deel wilde de deur open doen.
Met als gevolg dat ik als een of andere deurwaarder met epilepsie met de deur stond te zwaaien.
‘Knap!’
Vlieg!
‘Kletterrrrrdekletterrrrr…’
Mijn jasknoop was op mysterieuze wijze via de wapperende deur losgesneden en vloog zo langs ons heen als een mini-ufo de gang in.
Een beetje verdwaasd staarde ik naar het nog natollende knoopje, terwijl mijn jas tergend langzaam opensprong
Ik keek op en zag mijn zoon mij droger dan ooit aangapen.
‘Je knoopje is er af pap.’
‘Ja dat weet ik ook wel!’