• Nadenken over later

Vrijwilligers aan het roer: zo krijgt de dialoog in Drachten een duurzaam vervolg

Praktijkvoorbeeld gemeente Smallingerland

Sûnenz, een gezondheids- en preventieplatform, is aanjager van het project Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar in Drachten. Programmamanager Inez Overwijk vertelt hoe de dialoogbijeenkomsten tot stand zijn gekomen en hoe de organisatie nu in handen ligt van vrijwilligers. “De betrokken inwoners hebben goede ideeën over hoe zij de bijeenkomsten willen organiseren. Het werkt juist goed wanneer zij daar zelf de ruimte voor krijgen.”

10 feb 2026
Gemeente Smallingerland

Waarom zijn jullie met het project Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar gestart?

Inez: “De dialoogbijeenkomsten zijn eigenlijk een vervolg op een eerder project. Binnen dat project hielden we ons bezig met de vraag hoe we mensen zo lang mogelijk gezond en vitaal kunnen houden, zodat zij niet of pas later in de zorg terechtkomen. Dat past ook bij de opdracht van Sûnenz als gezondheids- en preventieplatform. 

Ik dacht meteen dat Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar een interessant vervolg kon zijn op ons bestaande project. Binnen dat eerdere project gebruikten we de informatie van de campagne Praat vandaag over morgen. We merkten echter al snel dat dit onvoldoende aansloot bij de doelgroep waarop wij ons richtten: mensen in een kwetsbare positie in een aantal wijken in Smallingerland.”

Hoe hebben jullie het aangepakt?

“Binnen Sûnenz werken we met een ouderenadviesraad. Samen met een van de leden van die adviesraad ben ik aangesloten bij een lokaal wijkoverleg. Hieraan deden wijkbewoners en verschillende organisaties mee, zoals de welzijnsorganisatie, thuiszorg, de woningcorporatie en andere partijen die in de wijk actief zijn.

Tijdens dat overleg hebben we ons idee voor dialoogbijeenkomsten gepresenteerd. Verschillende mensen reageerden enthousiast, waaruit een werkgroep ontstond. De eerste stap van de werkgroep was om zelf een proefdialoog te organiseren en zo te ervaren wat de methode inhield. Die ervaring was heel waardevol en hielp ons om daarna aan inwoners uit te leggen wat zo’n dialoog inhoudt.

De werkgroep is gedurende het traject kleiner geworden en bestaat, naast mij, nog uit het lid van de ouderenadviesraad, een collega van de zorgorganisatie, een opbouwwerker van de welzijnsorganisatie en twee inwoners uit de wijk die nu als vrijwilligers het project organiseren.” 

Het zelf ervaren hielp ons om daarna aan inwoners uit te leggen wat zo’n dialoog inhoudt.
Inez

Hoe hebben jullie deelnemers voor de eerste dialoog geworven?

“We hebben een flyer gemaakt in eenvoudige taal en bij mensen in de wijk in de brievenbus gedaan. De opbouwwerker deelde de flyer uit tijdens ‘Bakkie in de Buurt’, een terugkerend koffiemoment in de wijk. Het voordeel daarvan was dat zij meteen persoonlijk kon uitleggen wat de bijeenkomst inhield.

De welzijnsorganisatie voert in opdracht van de gemeente ook preventieve huisbezoeken uit bij mensen van 75 jaar en ouder. Deze bezoeken worden door vrijwilligers gedaan. In overleg met de welzijnsorganisatie hebben ook deze vrijwilligers de flyers verspreidt.

Via het e-mailadres op de flyer kwam uiteindelijk geen enkele aanmelding binnen. Alle deelnemers zijn via persoonlijk contact geworven. De flyer werkte vooral als geheugensteuntje. Mensen hadden het verhaal dan al gehoord en konden op de flyer de datum en andere praktische informatie terugvinden.”

Wat hielp om de bijeenkomst laagdrempelig te maken?

“We kozen bewust voor een vertrouwde locatie in de wijk. De werkgroep adviseerde om een wijkgebouw te gebruiken waar inwoners al kwamen voor andere activiteiten. Dat voelde toegankelijker.

Ook hielden we de groep klein. Aan de eerste bijeenkomst deden ongeveer acht inwoners mee. Dat was groot genoeg voor verschillende verhalen, maar klein genoeg om iedereen aan bod te laten komen.

Daarnaast zorgden we voor koffie, soep en broodjes. Samen eten en drinken draagt bij aan een ontspannen sfeer. Het lijkt misschien een praktisch detail, maar het helpt mensen om gemakkelijker met elkaar in gesprek te gaan.”

Samen eten en drinken draagt bij aan een ontspannen sfeer.
Inez

Hoe zorgden jullie ervoor dat het niet bij een eenmalige dialoog bleef?

“Na de eerste bijeenkomst hebben we samen geëvalueerd. De twee wijkbewoners die bij de organisatie betrokken waren, waren zo enthousiast dat zij met de groep verder wilden. Zij hebben zelf een WhatsApp-groep aangemaakt voor de deelnemers aan de eerste dialoog.

Ongeveer twee of drie weken later vond een tweede bijeenkomst plaats. De deelnemers bleken echt aan de slag te zijn gegaan met de persoonlijke doelen die ze geformuleerd hadden. Het was mooi om te zien dat zij al stappen hadden gezet en hun successen met elkaar konden delen.

Er staat een derde bijeenkomst gepland. Deze wordt volledig door de betrokken wijkbewoners begeleid; zij hebben inmiddels een training tot gespreksbegeleider gevolgd, net zoals het lid van de ouderenadviesraad. Onder zijn leiding wordt een tweede groep in dezelfde wijk georganiseerd. Het is een vrij grote wijk, waardoor je de werving bijna op straatniveau kunt aanpakken.

Als professional moet je soms bewust een stap terugzetten. De inwoners hadden goede ideeën en konden veel zelf. Mijn rol veranderde daardoor van organisator naar facilitator: ik help bij praktische zaken, houd contact en zorg dat ondersteuning beschikbaar blijft.”

Hoe werken jullie aan borging?

“De werkgroep blijft regelmatig bij elkaar komen om de voortgang te bespreken. Daarnaast zal de opbouwwerker het project monitoren voor de gemeente. Op basis daarvan kan worden bekeken of de methode ook in andere wijken kan worden gebruikt.

Sûnenz en de welzijnsorganisatie maken allebei deel uit van een stuurgroep die invulling geeft aan de sociale koers van de gemeente Smallingerland. Ook daar kunnen dit soort ervaringen worden besproken. Daardoor is het project verbonden met bredere gemeentelijke en maatschappelijke ontwikkelingen.

Wanneer je een groep inwoners twee keer bij elkaar brengt en daarna zegt dat het project is afgelopen, doe je de deelnemers tekort. Zeker wanneer zij enthousiast zijn en verder willen. Daarom vinden we het belangrijk dat er een structuur is waarbinnen zo’n groep kan doorgaan en ondersteuning kan krijgen wanneer dat nodig is.

Het project levert niet alleen iets op voor de deelnemers, die elkaar leren kennen en nadenken over wat zij nodig hebben om prettig in hun wijk te blijven wonen. Het is ook waardevol voor ons als organisatie. Daarbij is het ideaal dat vrijwilligers de uitvoering steeds meer zelf overnemen.”

Welk advies zou je geven aan een andere gemeente of organisatie die met deze aanpak wil starten?

“Doe het vooral niet alleen. Werk samen met verschillende partijen die in de wijk actief zijn: zorgorganisaties, welzijnsorganisaties en vooral ook inwoners zelf.

Het is heel belangrijk om sleutelfiguren in de wijk te vinden. Alleen een flyer door de brievenbus doen of een bericht in een nieuwsbrief plaatsen, werkt niet. De deelnemers aan onze bijeenkomsten zijn allemaal via persoonlijk contact binnengekomen.

Mensen moeten van iemand die zij kennen en vertrouwen horen wat de bijeenkomst inhoudt. Het onderwerp heeft meer uitleg nodig dan je op een flyer kunt zetten. Het is niet voor niets dat de oorspronkelijke campagne Praat vandaag over morgen voor deze doelgroep naar een andere, meer persoonlijke methode is vertaald.

Sleutelfiguren en persoonlijk contact zijn daarom essentieel. Daarnaast raad ik iedereen aan om eerst zelf een dialoog te ervaren. Pas wanneer je weet hoe zo’n gesprek voelt en werkt, kun je het goed aan anderen uitleggen.”

Tips van Inez

  • Sluit aan bij bestaande netwerken, wijkoverleggen en activiteiten.
  • Betrek inwoners (vrijwilligers) vanaf het begin bij de organisatie.
  • Werk samen met sleutelfiguren die de wijk en inwoners kennen.
  • Ervaar eerst zelf een dialoog.
  • Gebruik eenvoudige taal in een flyer en zie het als ondersteuning, niet als belangrijkste wervingsmiddel.
  • Nodig mensen persoonlijk uit en leg uit wat zij kunnen verwachten.
  • Kies een vertrouwde en laagdrempelige locatie in de wijk.
  • Houd de groepen klein, zodat iedereen zijn verhaal kan vertellen.
  • Zorg voor een hapje en een drankje om met elkaar na te praten.
  • Denk vanaf het begin na over monitoring, financiering en borging.

Lees meer over de aanpak van Sûnenz in de gemeente Smallingerland
Of ga naar het praktijkvoorbeeld van Horst aan de Maas

Dialoogtafel
  • Project

Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar

In het project Zorgen voor jezelf, er zijn voor elkaar – onderdeel van het VWS-programma Praat vandaag over morgen – gaan inwoners tijdens lokale bijeenkomsten met elkaar in gesprek over wonen, ondersteuning, zorgen voor jezelf en er zijn voor een ander. Aan bod komen vragen als: ‘Wat gaat er goed en wil ik zo houden?’,  ‘Hoe wil ik straks wonen?’ en ‘Voor wie ben ik er en wie is er voor mij?’.