Experience Name De gynaecologe viel stil. En mijn wereld ook.

De weken na die 20 weken-echo werden we letterlijk en figuurlijk alle kanten opgeslingerd. De eerste uitgebreide echo was in het MMC in Veldhoven waar ze zich strikt aan het Corona-protocol hielden en Sander vanuit de auto alles moest proberen te volgen. Voor mij onbegrijpelijk. We stonden stijf van de spanning en hadden enorm veel behoefte aan steun aan elkaar, mocht het straks echt ‘foute boel’ blijken te zijn.

Het was een vage echo, waarbij alle metingen goed waren, behalve weer die van het hoofdje en de kleine hersenen. Maar.. ik hield er hoop aan over. Want de gynaecologe zei dat de termijn misschien niet klopte of dat het misschien een algemeen kleiner kindje was. Diep van binnen vond ik dat vreemd, omdat Raf altijd boven het gemiddelde zat en Sander en ik zelf ook groter dan gemiddeld zijn. Maar natuurlijk greep mijn overlevingsmechanisme alles aan om hoop te kunnen hebben.

Ze sloot af met: ‘Ik ga nog even overleggen met het MUMC in Maastricht, maar ik denk dat ik jullie over vier weken weer zie om de groei op te volgen.’

HALLELUJA. Over vier weken zou ik al 24 weken zijn, dus dan was de kans wel héél groot dat deze zwangerschap gewoon doorgang kon krijgen en er niks aan de hand was. Toch?

Helaas werden we de week daarna toch opgeroepen door het MUMC. Zij wilden hun eigen beeldvorming toepassen en hadden de beelden van het MMC niet eens bekeken. Ik bleef angstvallig weg bij worst case scenario’s, wilde me sterk houden voor Raf en zei steeds: ‘Geen lijden voor de tijd.’ Sander zocht wel veel op en zei er een slecht gevoel over te hebben. Ik kon het eigenlijk niet aanhoren, moffelde alle onderbuikgevoelens steeds weer weg.

In Maastricht was de spanning om te snijden. Alsof we nog niet peentjes aan het zweten waren, liep de afspraak flink uit. Alle tijd om ouders naar binnen te zien gaan voor een ‘normale’ echo en jaloezie te voelen. Wij zaten hier met een ‘heel ernstig scenario’, dat voelde ik wel. Hoe waren we hier toch beland?

We hielden onze adem in tijdens de metingen. De hoofdomtrek van ons babytje was kleiner dan gemiddeld, maar dat was het hoofd van Sander ook. Ik lachte. Opluchting.

Maar.. als de kleine hersenen zo klein zijn, is het wel reden om zorgen te hebben.

Bam.

Geen ruimte om te reageren, meteen door naar het ‘plannetje’: vervolgonderzoek, MRI, vruchtwaterpunctie, DNA test, bloedonderzoek. En ohja, de wettelijke bedenktermijn om de zwangerschap te beëindigen van vijf dagen, die ging alvast lopen.

BAM BAM.

Mokerslagen, en dat allemaal in vijf minuten tijd. Bijna alsof het de bedoeling was om zoveel mogelijk verwoestende boodschappen in vijf minuten te proppen.

‘Ohja, bent u claustrofobisch voor de MRI? Dit zijn de nadelen van een vruchtwaterpunctie. Maar het is nog te vroeg om te zeggen dat we de zwangerschap stoppen.’

Pardon? De zwangerschap stoppen? Waar had ze het over?

Sander en ik waren helemaal lamgeslagen en konden geen woord uitbrengen. Ik trilde en had het ijskoud. Verdoofd. Als een robot die een plaat afdraait vertelde de gynaecologe ons over de vervolgafspraken — want er was haast bij. Met tranen in mijn stem stelde ik nog wat vragen, maar er was weinig ruimte voor ons emotionele stuk.

Al onze hoop was weggevaagd.

We reden naar huis, 1,5 uur lang. Zwijgen, huilen en proberen woorden te geven aan wat we zojuist hadden gehoord.

En toch, was er nog dat beetje hoop. Wat als er niets afwijkends uit de MRI, de vruchtwaterpunctie en het bloedonderzoek zou komen?