
Stephanie
‘Ben jij ook een mantelzorger of vrijwilliger?’ Vraagt een oudere man met vriendelijke ogen, tijdens het wandelen naar het Fort bij Rhijnauwen. We zijn door de MantelzorgNL - de landelijke vereniging voor mantelzorgers- uitgenodigd voor een vrijwilligersuitje.
‘Ja klopt, ik ben een mantelzorger voor onze dochter. Mijn dochter is meervoudig gehandicapt en ik schrijf als vrijwilliger voor MantelzorgNL over onze mantelzorgavonturen,’ zeg ik nét iets te opgewekt alsof ik het over het schrijven van avontuurlijke rondreis ervaringen heb, in plaats van de zorg voor en rondom Anna Sophie.
De oude man fronst even met zijn wenkbrauwen en haalt zwaar adem. Ik vertraag mijn pas, misschien is hij buiten adem van het wandelen of geëmotioneerd na het vertellen van zijn verhaal als mantelzorger voor zijn dementerende vrouw. Ze overleed in 2013 in een prachtige zorginstelling waar het nog om persoonlijk contact draait, zo weet hij te vertellen. De oude man gebruikt zijn ervaringen van toentertijd als mantelzorger, vandaag de dag als vrijwillige mantelzorgadviseur.
Gebruikelijke zorg
‘Aha, voor uw dochter.’ En daarna zwijgt hij weer, dept zijn voorhoofd droog en kijkt bedenkelijk. Ik probeer zijn gedachten te raden. Misschien denkt hij dat het zorgen voor je kinderen gebruikelijke zorg is. Of lijkt hem de zorg voor een nog thuiswonend gehandicapte dochter zwaar. Vroeger werden deze kinderen veel vaker al op jonge leeftijd in een instelling geplaatst.1 op de 3 is mantelzorger
Zwijgend wandelen we verder. Ik kijk naar de groep vrijwilligers. De diversiteit van de groep kan haast niet groter. De meeste van hen zijn mantelzorger of zijn dit geweest. Dat is niet zo raar, als je bedenkt dat in Nederland 1 op 3 mantelzorger is.Ouders en verzorgers die hun kind meer zorg moeten bieden dan de ‘gebruikelijke zorg’ worden ook mantelzorgers genoemd. Ivo en ik vallen in het ‘hokje’ langdurige (meer dan 3 maanden) intensieve (meer dan 8 uur per week) mantelzorgers en lopen, volgens de cijfers, een hoog risico op overbelasting.