
Linda
‘Het gaat prima hoor! Mam geniet van de zee, de lucht, het strand en praat over wandelen.’ Een berichtje op de ‘mam app’ van ons gezin. Mijn oudste broer en zijn vrouw hebben mam meegenomen en zitten bij een strandpaviljoen. Ik ben blij verrast, want ik dacht dat de tijd dat mam mee uit kon worden genomen voorgoed voorbij was. Mam leek het de laatste keren fysiek en mentaal eigenlijk niet meer aan te kunnen.
Ik wil hier niet wonen hoor!
Ons prachtige terras aan het water is bijna klaar en omdat mam erg genoot van het uitzicht in de tuin besluit ik haar toch op te halen. Even kijk ik naar de nog aanwezige rommel - daar houdt mam niet van - maar wuif mijn eigen bezwaren weg. Voor de oprit staan nog zandzakken en stenen waar we langs moeten en mam weet het meteen zeker: hier wil ze niet zijn. Ik lok haar met veel geduld en de nodige moeite (want haar heup doet pijn, zegt ze) naar binnen om de tuin te zien, waar nog veel bloemen bloeien en het vrije uitzicht op de bomen aan de overkant van het water een rustgevende aanblik biedt.
Ik voel me onveilig
De tuin vindt ze erg lelijk. Haar focus is op de ontbrekende stukjes aan de randen. Ze durft het afstapje naar het terras niet te nemen en ik plaats twee tuinstoelen in de deuropening zodat we toch lekker naar het water en de bomen kunnen kijken. ‘Het is hier erg onvrij,’ merkt ze op. ‘Hoezo onvrij?’ vraag ik verbaasd. Tussen het weelderige bladerdek heeft ze vijftig meter verder een slaapkamerraam ontdekt van een rij huizen die verder volledig onzichtbaar is. ‘Kijk maar dáár,’ wijst ze. ‘En die geluiden allemaal.’ De buurkinderen spelen buiten. ‘En dat daar - mam wijst naar een zichtbaar stukje zonnescherm van de buren - is ook niet mooi. En als ik hier ’s nachts zou lopen, zou ik over die stenen struikelen. Nee, ik voel me hier heel onveilig. Heb jij dat niet?’ ‘Ik ben blij met deze plek en vooral het uitzicht,’ zeg ik. Ik zie nu al hoe mooi het gaat worden als het allemaal klaar is.’ ‘Dat vind ik fijn voor je,’ zegt ze plotseling vriendelijk.
Eindelijk weg uit de rommel
Als ik tijdens het bereiden van het avondeten even niet oplet, klimt mam op eigen kracht uit haar stoel en gaat op een andere zitten met haar rug naar de onveilige tuin. Ze komt tot rust en geniet van de zelfgemaakte frietjes. Wanneer ik haar terug wil brengen zegt ze na drie mislukte pogingen om op te staan: ‘Ga jij maar. Ik blijf hier.’ ‘Maar dan moet je op de bank slapen.’ Dat is niet erg. Ga jij maar, ik blijf.’ Na nog enkele pogingen om mam te bewegen mee te gaan moet ik van tactiek veranderen: ‘Mam, ga je mee? Ik ben zo klaar met dit akelig rommelige huis. Ik wil hier echt weg!’