Jong geleerd, oud niet gedaan

Mantelzorg ontstaat, het is niet iets waar je voor kiest, lees ik vaak. Het overkomt je, je groeit er in. Dat is een groot verschil met vrijwilligerswerk.

Maar ik kies er bewust niet voor. Ik ben niet die liefhebbende zoon die altijd voor mijn dementerende moeder klaar staat. Nee, daarvoor is er teveel gebeurd. 

Ik voel me daar wel schuldig over, omdat "iedereen" toch voor zijn naaste zorgt? Net als "iedereen" met de feestdagen gezellig met de familie bij elkaar zit. Ik voel me dan tekortschieten. Ik voldoe niet aan de algemene normen en waarden. Ik ben daar niet trots op.

Meer vanuit een gevoel van verplichting zorg ik er als mentor wél voor, dat er mensen zijn die voor haar zorgen. Ik probeer mijzelf, en "iedereen" waar het ook van verwacht mag worden, zo goed mogelijk te laten vervangen. Want ze heeft geen netwerk, geen hechte familie waarop ze terug kan vallen.

En omdat ik al jarenlang zelf in het wereldje rondloop, weet ik wat er voor mogelijkheden zijn. Er is een bewindvoerder, ik ben haar mentor, er is elke dag wijkverpleging, er is een Zorgmaatje die dagelijks vervangende mantelzorg biedt. Daardoor kan ik met een gerust hart mijn eigen leven leiden, mijn eigen zzp-erschap opbouwen.

Ik ga er wel regelmatig langs, als er ergens een klusje gedaan moet worden enzo. Of er weer iets geregeld moet worden rondom de zorg. Maar ik heb er dan zelf weinig aan. Ik kan er niets halen; er is geen belangstelling voor mij, geen mogelijkheid om haar ergens advies over te vragen, geen oude herinneringen ophalen. Nee, als ik daarheen ga, dan kom ik brengen. Dan ga ik erheen voor haar. Terwijl ze vaak al snel in het gesprek zelf vergeten is wat we net hebben besproken. Het kost mij erg veel geduld en energie.

Ik ben diep in mijn hart altijd jaloers op "iedereen" waarbij alles zo pais en vree in de familie is. Waar mensen wel voor elkaar zorgen, omdat ze elkaar lief hebben. In voor- en tegenspoed. Waarschijnlijk omdat ze hun leven lang een voorraad liefde hebben opgeslagen, als reserve voor de periode waarin dat niet meer zo wederkerig is.

Ik heb die reservevoorraad niet en bescherm mezelf vooral.

Omdat ik als kind ben opgegroeid in een situatie waarin ik, vooral vanaf mijn 12e, er altijd voor mijn moeder moest zijn. Ik was haar reddingsboei, zonder mij zou ze zich wat aandoen. Dus meteen na school weer naar huis, en het was dan steeds weer spannend hoe ik haar aan zou treffen. Nu ik mijzelf er meer in verdiep, als mantelzorgmakelaar, realiseer ik me dat ik ben opgegroeid als wat nu een KOPP-kind genoemd wordt. Een jonge mantelzorger van een ouder met psychiatrische problematiek.

Met een (te) grote verantwoordelijkheid, ook wel parentificatie genoemd. Allemaal kreten waar ik toen nooit van gehoord had. Maar het heeft me wel gevormd, heeft mijn sociale leven sterk beïnvloed.

Ben ik nu zielig? Af en toe voelt dat wel zo. Ik ben niet gewend aan familiebijeenkomsten, gezellige verjaarsfeestjes, kerstdiners, uitgaan tot in de late uurtjes. Ik ben mijn kindzijn al redelijk vroeg verloren. En ik bescherm me er nu tegen dat ik niet weer volledig in beslag wordt genomen door de zorg voor mijn moeder.

Maar het heeft me ook een grote mate van zelfstandigheid gebracht. Ik ben erg tevreden met de vaste, kleine kern van lieve mensen om me heen. Waar de belangstelling, wederkerigheid en liefde wel echt en vanzelfsprekend zijn. Geen verplichtingen, geen dingen omdat dat nu eenmaal zo hoort.

Ik ben aardig opgedroogd, ben goed terecht gekomen. En ik heb daardoor een sterke drive om mantelzorgers te helpen. Om hen te helpen aan mogelijkheden om niet alles zelf te hoeven doen. Door werkdruk, reisafstand, kinderen of omdat ze dat gewoon niet willen of kunnen opbrengen. Zoals ik. Het maakt me goed in mijn werk.