Mantelzorg is een marathon lopen zonder supporters en zonder finishlijn

Mijn partner liep gisteren de marathon van Rotterdam. Geweldige sfeer en organisatie. Wat een animo om te lopen en wat een enthousiaste supporters langs de lijn die elke persoon bij naam konden aanmoedigen want er zat zo’n handig deelnemerspapier met naam vastgespeld. Overal drink- en eetposten halverwege de route. Overal staan borden met hoe lang nog te lopen. Alles is geregeld. En dan de finish, een groots onthaal! Wat een ontvangst voor een prestatie die is neergezet. Echt knap!

Dan mantelzorg… Je begint aan deze uitputtingsslag die mantelzorg ook wel heet zonder voorbereiding, zonder hardloopschoenen, zonder supporters langs de kant. Elke keer dat je denkt dat de finish in zicht komt, verplaatst het universum die lijn weer een stukje verder. Je wordt in deze wedstrijd gegooid zonder training, en moet maar zien vol te houden. Dat is mantelzorg: niet een vrijwillige keuze, maar een noodzaak die zich opdringt zonder waarschuwing. En geen groots onthaal maar volledige uitputting zonder enige erkenning voor de offers die zijn gebracht.

Na jaren waarin mantelzorgen centraal stond, merk ik steeds vaker dat bepaalde zaken blijven liggen. Mantelzorg lijkt soms een reflex geworden; het zorghormoon is uitgeput, hoe hard ik ook probeer. Adviezen om stress te verminderen klinken prachtig, maar zolang de bron aanwezig blijft, voelt het alsof je water naar de zee draagt. Natuurlijk, sporten, gezond eten, mindfulness—doen we tegelijk neemt het de stres bron (zorgtaak) niet weg. Er zijn grenzen die je niet kunt verleggen, hoe graag je dat ook zou willen. Dat is geen falen, maar vooral menselijk.

De vermoeidheid stapelt zich op: hoesten, gapen, oververmoeid. Soms fantaseer ik over een coconmoment—twee weken lang onder een dekentje op de bank, zoals een rups. En daarna als een vlinder uitvliegen, klaar voor een nieuw hoofdstuk. Het verlangen naar ruimte voor intellect, rust en vrijheid groeit met de dag. Misschien is dit wel mijn gedroomde transformatieproces; van overleven naar echt leven. En als je dit leest en denkt: “Dit ben ik ook”—dan ben je niet alleen. Wat het zo ingewikkeld maakt, is dat, hoe ik ook probeer de zorg over te dragen of anders in te kopen, er zoveel is dat gewoonweg niet kan. Daardoor zit ik uiteindelijk zelf opgescheept met deze niet gekozen zorgtaak. En cocoonen? Dat blijft voorlopig een droomgedachte.

Dus blijven we vooral dromen. Wie weet land ik ooit op een bloemrijke plek, zonder hoestbuien en stress. Tot die tijd kruip ik af en toe even in mijn cocon, onder een dekentje op de bank.

Het af en toe niet meer aankunnen is geen zwakte; het is een taak die veel en veel te zwaar is om alleen te dragen. Stel je een bodybuilder voor: zo sterk, maar zelfs hij tilt geen flatgebouw. Zo voelt het ook voor mantelzorgers. Alles gegeven, jezelf volledig opgeofferd. Dan is het niet vreemd dat je oververmoeid raakt. Dat is geen zwakte. Dat is het gevolg van te lang een te zware last dragen. Mantelzorg is en blijft een marathon—zonder finishlijn.

Liefs, Olivia