Mijn gezonde vader

Nu mijn vader is overleden, merk ik dat mijn herinneringen aan hem in zijn gezonde jaren steeds vaker en helderder terugkomen. Het voelt alsof er twee versies van mijn vader bestaan: een gezonde versie en een zieke versie. Voor mij is het belangrijk dat die gezonde versie niet wordt vergeten. Dat er niet alleen gesproken wordt over hoe hij was tijdens zijn ziekte, want dat was werkelijk een wereld van verschil. 

Mijn vader was een charismatische en intelligente man. Niet voor niets werd hij ook wel een wandelende encyclopedie genoemd. Je kon hem alles vragen. Zijn interesse was breed, maar vooral in geschiedenis kon hij zich volledig verliezen. Hij kwam uit een arbeidersgezin, geboren in Delft en groeide daar op met zijn ouders en zijn oudere zus. Een bescheiden, rustige jeugd waar hij altijd met warmte en trots over sprak. De motivatie om hard te werken zat al vroeg in hem. Ik bewonder hem enorm voor wat hij heeft bereikt: twee studies afgerond en een mooie loopbaan opgebouwd als fiscalist. Soms vraag ik mij weleens af of dat harde werken, het nooit echt nemen van rust, invloed heeft gehad op het ontstaan van zijn dementie. Heeft hij te veel van zichzelf gevraagd?

Naast zijn charisma en intelligentie was mijn vader ook een ongelooflijk lieve en betrokken vader. Als dochter had ik van jongs af aan een bijzondere band met hem. Hoewel hij zijn gevoelens niet altijd gemakkelijk kon tonen, voelde ik zijn onvoorwaardelijke liefde. Naarmate ik ouder werd, merkte ik dat ik echt op hem kon bouwen, vooral als het om school en huiswerk ging. Met engelengeduld zat hij naast mij aan de keukentafel sommetjes te oefenen.

Ik ging studeren in dezelfde stad als mijn vader: Rotterdam. In die tijd realiseerde ik mij steeds meer hoe knap het was wat hij had bereikt en hoe hard hij daarvoor had moeten werken. Ik werd steeds dankbaarder voor de kansen die hij, en natuurlijk ook mijn moeder, mij hadden gegeven. Tijdens het opgroeien sta je er nauwelijks bij stil dat je ouders ook gewoon mensen zijn, met hun eigen dromen en worstelingen. Pas tijdens mijn studententijd begon ik dat steeds meer te begrijpen. Juist op het moment dat ik zulke gesprekken met mijn vader had willen voeren, begon het verlies.

Ik merkte dat ik papa steeds minder goed kon bereiken. Onze raakvlakken verwaterden en onze gesprekken veranderden. Vaak twijfelde ik aan mezelf. Lag het aan mij dat gesprekken stroever verliepen? Was ik dan zo veranderd? Trots nam ik mijn vader mee naar de campus, de plek waar zijn voetstappen lagen en waar hij altijd zo vol lof over sprak. Toch voelde ik het toen al niet helemaal. 
Was hij er wel echt bij?
"Pap, gaat het wel goed met je?"
"Ja hoor, ik ben gewoon een beetje moe," was vaak zijn antwoord.

In diezelfde periode vertelden mijn ouders dat papa zou stoppen met werken. Ik zag de paniek in de ogen van mijn moeder, al begreep ik toen nog niet waarom. "Maar dat is toch juist goed?" dacht ik. "Dan kan papa eindelijk uitrusten." Mijn vader stelde ons gerust. "Geen zorgen," zei hij, "ik ga geschiedenis studeren en lesgeven." Ik geloofde hem. Mijn vader en geschiedenis; dat kon alleen maar goed komen.