
Heleen
Irritant, vervelend anders kun je het niet noemen als je je bed uitgeroepen wordt omdat je mee moet. ‘Voor je voeten', zegt ze. ‘Wat dan met die voeten?’ Het bed is knus, warm en vertrouwd, ik ben daar graag in mijn kleine wereldje, zo fijn, zo moe, stoor me niet, laat me! Maar het moet, ze houdt niet op. ‘Kom eruit. Nu!’ Ze zegt wat we gaan doen maar ik snap het niet. Ik weet niet wat een pedicure is. Ze zegt dat ik haar moet vertrouwen want het moet, er is een afspraak. En ik volg en doe wat ze zegt, want woorden om weerstand te bieden kan ik niet meer vinden, uitgegumd. Alleen nog mist en leegte op de plek waar ooit veel woorden waren. Duizenden woorden kon ik moeiteloos vinden, ooit.
Angst
In de auto, dat is fijn, die ken ik, dat is veilig en gezellig en ineens herken ik de weg en zeg ik: ‘de Dusseldorpstraat moet je in’. Verbaasd kijkt ze me aan. Het gebouw, de lift, de gang, witte jas, daar is ze, de pedicure, ja die ken ik en de opluchting is groot. De angst van vanmorgen is vergeten, zij zorgt altijd dat alles goed komt en ik pak haar hand en zeg voor de zekerheid nog maar eens dat ik van haar houd.Veilige haven
Zij om een boodschap in de stad, ik aan de afwas, mijn vertrouwde plek, teiltje, sop, afdruiprek. Zo blij met de afwas, vieze pannen om te schrobben, hoe meer hoe liever, hoe vuiler hoe liever, bijna wanhopig klamp ik me vast aan mijn borstel, mijn theedoek, mijn veilige haven, dit weet ik, dit ken ik. Zo is de wereld goed.Mistflarden vullen de straat. Alsof tien tieners staan te vapen om de hoek. De witte waas groeit, gaat over de brug, dempt alles en maakt de wereld zacht en klein. Moe, zo bodemloos moe na de afwas, zo hard gewerkt. Zij aan tafel, fijn, ik kan veilig rusten in de stoel, wegzakken in het niets, zo fijn, zo fijn.