Ouders. De blik in hun ogen

Nu ik zelf moeder ben zie ik mam heel anders dan toen ik alleen nog haar kind was. En nu ik moeder ben van een moeder die kind is geworden, zie ik haar weer anders. Er zijn geen verwachtingen en wensen meer en nog maar weinig behoeftes.

Blijdschap is besmettelijk

Hoe fijn is het om bij onze kinderen blijdschap in hun ogen uit te lokken die een spontane jaaaa! wauw! of hoeraaaa! uitdrukt. Of die uitdrukt hoeveel ze van ons houden.

Soms doen we veel om dat te bereiken. Blijkbaar omdat echt gemeend enthousiasme en echte blijdschap of warmte heerlijk is om te zien en te voelen. En omdat gelukkige kinderen stralen en we weten dat dat zo hoort te zijn. We zijn oprecht blij voor ze. Het straalt ook op ons af.

Blijdschap is besmettelijk. En het geeft ons een goed gevoel over onszelf: we doen het goed als moeder.

Het waren háár gevoelens

Toen ik een paar weken geleden een leuke mok voor mam kocht en ze reageerde niet met haar gebruikelijke dankbaarheid, gebeurde er iets bij me. Ook al was het heel subtiel in vergelijking met hoe het zou hebben gevoeld toen mam nog gewoon mam was en het nog van levensbelang was hoe ze over me dacht.

‘s Avonds liep ik met Mira, ons kleine, grijze hondje in het park. Ik bedacht hoe bepalend de blik in de ogen en de klank van de stem van je ouders vroeger was voor je zelfbeeld. Ik besefte ook hoe fijn het is dat die afhankelijkheid zo goed als weg is.

Het is een van de weinige positieve bijwerkingen van een ouder met dementie. Je hebt je moeder nog, maar krijgt de kans emotioneel onafhankelijk te worden.

Mam heeft veel invloed op me gehad. Ik was een ontvankelijk kind, vatbaar voor impressies. Ik pikte alles op wat mam voelde of uitstraalde over zichzelf, over het leven of over mij. Veel van wat ik voelde bleken niet mijn, maar haar gevoelens te zijn.

Zelfs toen ik in Limburg woonde wist ik vaak wat ze dacht of waar ze mee bezig was. Alsof het met de wind kwam aanwaaien.

Mam voelde zich in het leven niet helemaal veilig en geliefd. Dat remde haar spontaniteit en daardoor wist ze niet altijd de juiste toon te zetten. Ik lijk qua karakter niet in alles op haar maar heb er innerlijk heel wat van meegekregen.

De blik in mijn eigen ogen

Als volwassene kunnen we werken aan de blik in onze eigen ogen en de klank van onze eigen stem. En aan de sprankjes en bubbeltjes in ons leven. Want het verlangen naar die echte levensvreugde heeft iedereen en we merken niet altijd dat we het innerlijk kind met het badwater hebben weggegooid.

Soms heb je wat hulp nodig. Daar mag je tegenwoordig gewoon om vragen. In mijn jeugd riep iedereen nog: ‘therapie? Ik ben niet gek!’ Dat is gelukkig verleden tijd. Om therapeut te worden onderging ik zelf veel therapie tijdens mijn opleidingen. Het heeft me rijk gemaakt. En volwassen. Ik merk het aan de blik in mijn ogen en de klank van mijn stem.