Roze frosting

Mam zit met een rode, dikke sjaal, een rood neusje, rode ogen, koude gerimpelde vingertoppen en witte wangen op haar rode bank. Af en toe kucht ze of wrijft haar neus af met de rug van haar hand.

Ze kan de grote vitaminepillen niet meer doorslikken en het bestellen van vitamine in druppelvorm heeft even geduurd. Zou dat de reden zijn dat ze nu ineens vatbaar is voor verkoudheid? Er heerst geen corona in het huis maar ik besluit de verzorging toch even aan te spreken.

Mam krijgt een mooi Valentijns-gebakje met roze frosting van me. 'Kijk mam, voor jou, voor Valentijn.' 'Wat is Valentijn?' 'Dan geef je iemand die je heel lief vindt wat leuks of lekkers. En het is bijna Valentijnsdag dus heb ik een lekker gebakje voor je meegenomen.' Mams ogen glimmen blij. 'En niet alleen dat; ik heb ook weer chocola gekocht!'

Chocolade blijft een favoriet thema. 'Oh wat heerlijk! Ze reden vanmorgen elke keer langs het huis met chocolade – mam wijst naar de besneeuwde straten buiten – maar niemand gaf mij wat. Wat ben ik blij dat jij daar nu mee komt!'

Ik moet lachen als ik denk aan Maria's app van twee weken geleden. Ze schreef met nadruk en veel emoticons dat ze het onverantwoordelijk vond dat ik de chocola-voorraad bij mam nog niet had aangevuld. Het was als grap bedoeld. Ik schreef terug: 'Oh wat een enorme blunder!' Ook als grap.

'Sniw?'

'Ik zat net nog vast in de sneeuw met onze bus,' vertel ik. 'Sniw?' zegt mam met afschuw over mijn uitspraak. 'Het is sneeuw,' verbetert ze. Ik was me niet eens bewust van mijn West-Friese accentje. En dat na zeventwintig jaar Limburg.

‘Je moet snééuw zeggen!’

Mams blik dwaalt af naar de foto van pap. 'Dat is mijn liefste op die foto,' zegt ze trots. 'Al die tijd heeft hij al hetzelfde blauwe shirt aan. Weet jij daar iets van?'

'Heb je dat niet even voor hem in de was gestopt, mam?'

'Nee, degene die de hele tijd bij hem was zei dat dat niet kon. Ik wil dat schilderij meenemen. Het is tenslotte mijn vader. Dus hij is van mij.'

Paps identiteit verschuift van echtgenoot naar vader. Ze legt nog een reden uit waarom hij mee moet: 'Ik ben niet gewend dat hij vast zit. Hij mag bij mij thuis gewoon loslopen.'

Ik verzeker haar lachend dat hij mee mag en de mooie, blonde verzorgster die mam komt uitnodigen voor het avondeten bevestigt het. Ik vertel over mams koude rillingen en met een blik naar de witte daken buiten antwoordt ze: 'Brrr, die sneeuw, het is zelfs in de gezamenlijke woonkamer koud. 'Sniw? Bah!' zegt mam. 'Je moet snééuw zeggen!'