Tijdloos

Verdwaasd word ik wakker als mijn wekker om 4.40 uur gaat. Welke dag is het? Is het überhaupt al dag als het nacht is? Als ik mijn been over de rand van mijn bed zwaai lijkt het of er geen tijd is. Daar zal ik vele uren later heel anders over denken.

Dit vroege tijdstip associeer ik met een shitvlucht van Transavia. Middenin de nacht opstaan, naar de verste vertrekhal lopen en dan in het donker en de kou jezelf de trap optrekken van het vliegtuig. Deze vluchten laat ik tegenwoordig met plezier aan mij voorbij gaan. Vandaag heb ik geen keuze. Niet echt. Ik kan niet anders dan opstaan en deze vlucht nemen.

Om 5.30 uur stap ik de auto in. Het is donker en slechts acht graden buiten. De dauw ligt als een koele sluier over de weilanden. De lantaarnpalen branden en vormen een erehaag van zacht licht, speciaal voor mij. Er gaat iets troostends vanuit.

Om stipt 6.00 uur kom ik bij mijn zusje aan en verlaten we samen haar tuin door een piepende poortdeur. Niet veel later zoeven we voort over een donkere snelweg. We maken grappen dat je met een shitvlucht van Transavia tenminste nog op een zonnige bestemming arriveert. Wij weten nog niet hoe de eindbestemming er vandaag uitziet. Zelfs niet hoe lang de vlucht duurt. Er is een inschatting die later niet blijkt te kloppen.

Om 6.25 uur parkeer ik de auto in een vrijwel lege parkeergarage. Een betonnen kolos met veel verdiepingen en drempels die gigantische herrie maken als je er overheen rijdt. Het geluid is oorverdovend in de stilte van de donkere ochtend.

Ik weet niet wat ik voel. Ik ben niet moe. Ik ben doodmoe. Ik ben relaxt. Ik ben gespannen. Ik doe luchtig. Ik hoor de gemaaktheid in mijn stem. Ik weet niet wat ik voel.

We lopen vanuit de parkeerkolos over een tochtige catwalk naar de draaideur van een nog groter gebouw. Een frisse bries strijkt langs mijn gezicht. Huiverend trek ik mijn jas verder dicht. Stilte. Als we binnen zijn, kun je het zoemen van de tl-buizen horen in de lege gangen van dit gigantische bedrijf.

Een medewerker in een gekreukte witte outfit staat ons vriendelijk te woord bij de incheckbalie en neemt ons mee naar kamer 1. Daar mag mijn zusje zich omkleden, worden haar checkvragen gesteld en wordt een infuus aangelegd. Als ik ondertussen op de gang van verpleegafdeling B2 sta te wachten popt Transavia weer in mijn hoofd op. Deze kamer kan je niet verhuren als hotelkamer. Ik ben ongetwijfeld een snob maar als je moet ondergaan wat mijn zusje over een uur te wachten staat is een mooie kamer een fijner vertrekpunt. Als de incheckprocedure is afgerond wordt mijn zusje in een groot bed naar de operatiekamer gereden. Ik loop mee. Het zijn maar twee bochten. Ik ruik de geur van schoonmaakmiddelen, hoop en angst.

Ik weet niet wat ik voel. Is het fijn dat de afstand zo kort is? Of wil ik liever heel lang naast haar lopen? Ik weet niet wat ik voel.