
Mia
Tijdloos deel 3
Om 13.50 uur gaat mijn vaders telefoon. Een Samsung. Je moet het groene icoontje opzij vegen. Dat lukt mijn vader niet in een keer. Dat helpt mijn stresslevel niet.
13:51 ik hoor de woorden “goed gegaan”. Gezicht van mijn vader ontspant.
13:52 vader hangt telefoon op, over een uur mogen we naar de uitslaapkamer
13.53 opluchting, maar ik wil haar eerst zien en dan geloven
13.54 moe, zo moe, adrenaline is verdwenen
13.55 trek, waar zijn die boterhammen?
14.00 wachten, duurt toch weer lang
De wijzers tikken door en het duurt nu ook weer langer dan verwacht. We willen haar graag zien. Maar houden ons vast aan het bericht dat het goed is gegaan. Het tikken van onze innerlijke klok komt langzaam weer opgang als een beer die uit zijn winterslaap ontwaakt.
Ik weet niet meer hoe laat het is als we naar de uitslaapzaal mogen. Er mogen maar twee mensen tegelijk bij haar. Mijn ouders gaan eerst. Ik heb haar tenslotte als laatste gezien. Ik wacht voor de schuifdeuren waar ik mijn zusje lange tijd geleden door heb zien verdwijnen. Tegenover de schuifdeuren staat een bankje eenzaam in een witte, glanzende gang. Het lijkt een ander ziekenhuis dan vanochtend. Daar wacht ik. Alleen op het bankje en met voor het eerst die dag bijzonder weinig gedachten.
Ik weet niet wat ik voel. Mijn gevoel doet het niet meer na die stortvloed aan gevoelens vandaag. Ik weet niet wat ik voel.
Na een tijdloos moment verschijnt mijn vader door de schuifdeuren. Hij neemt plaats op het bankje en ik volg een IC verpleegster. Mijn zusje ligt helemaal links achterin een vrijwel lege zaal. Het ziet er vreselijk uit. Een centrale lijn uit haar halsslagader is het eerste wat ik zie. Ze heeft zo veel pijn. Het breekt mijn hart. Laat de tijd alsjeblieft nu een inhaalslag maken. Ze huilt zelfs. Mijn zusje die nooit huilt en geen emoties toont. Kom op tijd, spoel door. Na een kwartier doet de morfine haar werk en zegt ze dat de pijn zakt. We zijn lang, heel lang op de uitslaapkamer. Steeds in wisselende samenstellingen van twee personen. Na wat voelt als vele uren gaan mijn ouders en ik weg.
Als ik door de draaideur het ziekenhuis uitloop voelt het alsof het de volgende dag is. Ben ik hier tien of vierentwintig uur geleden naar binnen gegaan? Ik weet het niet meer. Ik hoop dat de juiste tijd ons weer gaat vinden. Dit was haar derde keer kanker in 39 jaar tijd.
Ik weet wat ik voel. Ik ben moe, ontzettend moe. Ik wil even niet meer voelen. Ik ben klaar met deze reis.