'Zorg ook voor jezelf, in de zorg voor de ander.'
"Ik ben niet meer echt kind. Ik ga zorgen." Zo omschrijft Gerda het moment waarop de relatie met haar vader langzaam veranderde. Na het overlijden van haar moeder in 2016 gleed ze, bijna ongemerkt, in de rol van mantelzorger voor haar vader. Wat begon met een extra bezoekje hier en daar, groeide uit tot jarenlange zorg. Gerda legde die periode uiteindelijk vast in een bijzonder fotoboek.

Een aannemer met een groot hart
"Mijn vader was een humorvolle man. En heel gedreven in wat hij deed." Hij was een aannemer met een groot bedrijf, iemand die het stuur graag zelf in handen had, maar bovenal iemand die bruiste van energie.
Gerda groeide op met drie broers in een huis met een grote boomgaard, waar haar vader zijn kinderen alle ruimte gaf om zelf dingen te ontdekken. "We mochten zelf hutten bouwen. Dan gaf hij hout en een hamer, en ga maar aan de slag." Het huis waarin haar vader tot het laatst woonde, had hij zelf gebouwd. Een plek vol herinneringen, ook aan haar moeder, die er na een periode van dementie in 2016 overleed.
Langzaam steeds meer zorg
De zorg voor haar vader begon niet met een duidelijk startpunt. "Het sluipt in je dagelijkse leven en je hebt het niet in de gaten." Sinds haar moeder was overleden, ging ze steeds vaker langs. Ze deelde de zorg met haar broers, ieder op hun eigen manier. "We hebben vier verschillende karakters en dat vult elkaar heel mooi aan."
Terugkijkend ziet Gerda ook waar ze zelf misschien te streng was. Ze wilde dat haar vader goed at, en fronste weleens als hij zijn brood aan de vogels gaf. "Maar nu denk ik: hoe voelt het voor mijn vader als kwaliteit van leven? Misschien neemt hij wel liever een handje nootjes. Sorry pap." zegt ze, en ze moet er zelf om lachen.
“Het sluipt in je dagelijkse leven en je hebt het niet in de gaten.”
De rol die omdraait
Naarmate de tijd vorderde, voelde Gerda de rollen tussen haar en haar vader langzaam omkeren. "Ik ben niet meer echt kind. Ik ga zorgen." Een van de duidelijkste momenten was toen ze voor het eerst achter het stuur van zijn auto mocht zitten. Iets wat hij nooit snel uit handen gaf. Haar vader bleef tot het laatst rijden, tot hij het zelf niet meer kon.
Gerda noemt dat liever geen aftakeling, maar ontmanteling. Niet alleen het lichaam gaat achteruit, maar op een dieper niveau ook een stukje van wie iemand is. Het waren de kleine dingen die het zichtbaar maakten: het dekbed dat eerst alleen voor een middagdutje op de bank belandde, en uiteindelijk daar bleef liggen. Haar vader die zich er bijna voor verontschuldigde: "Morgen gaat het weer beter."
Voor haarzelf was dit een van de moeilijkste periodes. Ze had behoefte aan diepere gesprekken, maar dat lag niet in de aard van haar vader. Elke keer als ze langskwam, was er die korte spanning: "Ik kwam door de achterdeur en dacht: waar vind ik hem? Leeft hij nog?"
Het echte besef van de eindfase kwam pas drie dagen voor zijn overlijden. "Je ziet ook aan de buitenkant dat iemand aan het overlijden is. Daar heeft de huisarts ons ook op gewezen."
Wat volgde was de moeilijke beslissing om hun vader in de laatste fase in een hospice onder te brengen. Dat was een moeilijk gesprek. Haar vader nam het nieuws kalm op: "Dan ga ik dinsdag weer naar huis," zei hij. Hij overleed die dinsdagochtend.
Schuld en bevrijding
Het zorgen in de laatste fase was complex. "Het is een frictie, het is een schuldgevoel. Je hebt het gevoel dat je het nooit genoeg doet." Tegelijk beseft ze nu dat ze destijds deed wat ze kon, maar ook dat ze grenzen mocht stellen. Zo belde de thuiszorg haar op een gegeven moment: ga eens een week niet naar je vader.
Het heengaan van haar vader voelde voor Gerda zowel verdrietig als bevrijdend. "Ik ervaar het niet alleen bevrijdend voor mezelf, maar ook voor mijn vader," legt ze uit. Zijn lichaam kon simpelweg niet meer, hoezeer hij het leven ook liefhad. "De bevrijding was ook dat er een last van die zorg afviel." Zijn afwezigheid betekent voor haar niet het einde van hun band. "Hij is niet meer fysiek aanwezig, maar hij zit nog steeds verweven met mijn leven en met mij."
Mantelzorg in een fotoboek
Om vorm te geven aan wat ze niet altijd in woorden kon vangen, greep Gerda terug naar haar vak en passie: fotografie. Ze bouwde een oud fototoestel om tot pinholecamera, die een half uur open moet blijven staan om licht binnen te laten.
Tijdens de zorgmomenten zette ze hem neer op een vensterbank of nachtkastje, zonder dat haar vader het wist. Op de beelden die ontstonden is beweging te zien, maar door de lange sluitertijd zie je de mensen zelf niet. Op die manier is mantelzorg tegelijkertijd zichtbaar en onzichtbaar.
Deze foto's verzamelde Gerda in een boek, aangevuld met eigen teksten. Voor Gerda is het boek uiteindelijk niet alleen haar eigen verhaal. "Het is nu niet meer van mij. Het is van wie het tot zich wil nemen." Ze hoopt dat andere mantelzorgers er iets aan hebben. Vooral de boodschap dat de verbinding met degene voor wie je zorgt belangrijker is dan de taken zelf. "Blijf dicht bij jezelf. Blijf dicht bij je gevoel."
Ze denkt ook na over hoe het later voor haarzelf zal zijn. Waar ze eerder in een interview zei te hopen dat haar eigen kinderen nooit voor haar hoeven te zorgen, klinkt het nu genuanceerder. "Ik hoop dat mijn kinderen het op een andere manier voor me mogen doen. Want ik denk dat het ook een hele mooie periode kan zijn. Stel dat ik een periode van zorg nodig zou hebben, dan hoop ik dat ik het gesprek open kan houden. En zij ook. Dat ze echt durven te zeggen: 'Sorry hoor, ik ga even een weekje weg.' En dat ik dan zeg: het is helemaal oké."
Het is die balans waar het voor Gerda steeds weer op neerkomt: zorgen voor een ander, zonder jezelf daarbij te verliezen. "Zorg ook echt voor jezelf," zegt ze, "in de zorg voor de ander."
Wil jij jouw verhaal delen?
Zorg jij voor een naaste, en wil jij graag jouw verhaal delen? Mail dan een korte beschrijving van jouw situatie naar redactie@mantelzorg.nl met als onderwerp 'Mantelzorgverhaal' en vermeld je telefoonnummer. Liever anoniem je verhaal delen? Dat kan natuurlijk ook.



