Doelgroepen

Welke informatie mag de ggz-zorgverlener met mij delen?

Heeft jouw naaste psychische problemen en heb je te maken met zorgverleners? Dan wil je van hen  graag informatie krijgen. Over hoe het gaat en over hoe jij het beste kunt omgaan met de situatie. Ook wil je informatie kunnen géven aan deze zorgverlener. Over wat jij ziet en ervaart.

‘Wij mogen helaas niks zeggen’

Soms geven zorgverleners aan dat ze geen informatie mogen delen over jouw naaste vanwege de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de privacy. Dit klopt niet helemaal.

In de wet staat dat de ‘persoonlijke levenssfeer’ beschermd moet worden. Soms is bescherming van de persoonlijke levenssfeer juist alleen maar mogelijk als de zorgverlener en jij informatie uitwisselen.

De zorgverlener heeft een beroepsgeheim. Onder meer om de vertrouwelijkheid in de relatie tussen de zorgverlener en jouw naaste te beschermen. Beroepsgeheim is echter niet bedoeld om mensen verstoken te laten van hulp en zorg. De zorgverlener moet zich afvragen: ‘Wat is in het belang van mijn cliënt?’

Welke informatie mag de zorgverlener met jou delen?

Jouw naaste bepaalt met wie informatie over hem of haar gedeeld mag worden. Dat doet hij door met de zorgverlener te bespreken met wie samengewerkt moet worden tijdens het herstelproces.

Ben jij een van de personen die volgens jouw naaste betrokken is bij het herstel? Dan ga je met je naaste én de zorgverlener in gesprek.

Jullie spreken samen af wie welke rol heeft, welke doel bereikt moet worden en welke informatie daarvoor relevant is. Bijvoorbeeld helpen bij dagstructuur of signaleren als het misgaat.

Om te bepalen welke rol jij hebt, kun je jezelf de volgende vragen stellen:

  • Op welke gebieden ken ik mijn naaste beter dan de zorgverlener?
  • Wat doe ik als er geen zorgverlener in de buurt is?

Samenwerken betekent dus informatie delen, maar wel alleen de persoonlijke informatie die relevant is voor je rol. De zorgverlener legt jouw rol ook vast in het dossier.

Hiermee geeft jouw naaste de toestemming op grond waarvan de zorgverlener zijn beroepsgeheim mag doorbreken. Vanaf dat moment kan alle persoonlijke informatie die past bij jouw rol en jouw doel gedeeld worden. Steeds opnieuw toestemming vragen aan jouw naaste is dus niet nodig.

Welke informatie mag je vragen?

Alleen de ‘need to know’ gegevens en niet de ‘nice to know’ gegevens zullen met je gedeeld worden. Bijvoorbeeld wel: is hij veilig? Bijvoorbeeld niet: blowt hij nog?

Spreek ook met elkaar af hoe jullie terugkoppeling aan elkaar geven over ontwikkelingen en de voortgang.

Kortom, degenen die betrokken zijn bij de zorg delen de gegevens die nodig zijn voor goede zorg. Dit geldt zowel voor de patiënt, de mantelzorgers met wie wordt samengewerkt als voor de zorgverleners. Deze werkwijze is vastgelegd in de Generieke Module Naasten. Daar kun je de zorgverlener indien nodig naar verwijzen.

Wat als mijn naaste niet wil?

De zorgverlener zet zich in om de samenwerking met mantelzorgers zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Maar de patiënt beslist uiteindelijk zelf.

Wil jouw naaste niet dat jij informatie krijgt, dan heb je in ieder geval recht op algemene informatie. Over de zorginstelling en over de aard van de psychiatrische of verslavingsproblemen bijvoorbeeld.

In crisissituaties of bij terugval kan contact met jou ingewikkeld zijn. Vaak door de aandoening of door schaamte. Weigering van contact kan dan tijdelijk zijn. De zorgverlener kan dan bepalen dat het in het belang van jouw naaste is om toch informatie te delen. Het is belangrijk om afspraken te maken als er geen crisis is.

Als jouw naaste jou niet wil betrekken bij het herstelproces, dan is dat niet een vaststaand gegeven. Als jij vindt dat jij wel informatie nodig hebt, bijvoorbeeld omdat je samenwoont, geef dit dan aan bij de zorgverlener. Deze kan jouw betrokkenheid opnieuw aan de orde stellen bij jouw naaste.

In sommige situaties kan ook zonder dat je naaste toestemming geeft informatie met jou worden gedeeld, bijvoorbeeld als jij optreedt als (wettelijk) vertegenwoordiger van jouw naaste.

Wat kun je terugzeggen als een zorgverlener zegt dat jij geen informatie krijgt of jij jouw verhaal niet kunt vertellen?

  • ‘Vindt u het in het belang van mijn naaste dat er contact is met ons? Hoe kunnen we dat organiseren?’
  • ‘Waarom wil mijn naaste mij niet betrekken en kunnen we dat herstellen?’
  • ‘Als mijn naaste mij niet wil betrekken, is er dan wel contact met iemand anders uit de persoonlijke omgeving?’

Hoe zit het met jouw gegevens?

De AVG gaat over het verwerken van persoonsgegevens. Dan gaat het om zowel de gegevens van je naaste als om jouw eigen gegevens, die in het dossier worden opgenomen. Ook jij moet toestemming geven voor het delen van informatie.

Je kunt dus ook informatie delen met de zorgverlener zonder dat jouw naaste dat weet.

Jij bent als informatiebron belangrijk. De zorgverlener mag niet alles zomaar door vertellen (of laten lezen) aan jouw naaste. Er hoeft niet eens gemeld te worden dat er met jou wordt gesproken. Ook niet als jouw naaste heeft aangegeven jou niet te willen betrekken.

Het belang van jouw naaste staat voorop. Als de kennis die jij hebt de zorgverlener kan helpen, dan kan een gesprek zonder je naaste erbij relevant zijn. Als het de relatie kan schaden, mag de zorgverlener niet doorvertellen wat jij hebt verteld.

Volgens de AVG moet de allereerste vraag zijn: wat is het doel van het delen van de informatie? Transparantie op zich is nooit een doel. De relatie herstellen of in stand houden wel.