Doelgroepen

Ontvangt jouw naaste zorg van een GGZ-instelling?

Ggz-instellingen horen familiebeleid te hebben. In dit familiebeleid regelt de instelling hoe ze omgaat met familie en naasten van cliënten. Je kunt de hulpverlener vragen om een kopie van het familiebeleid van de instelling. Daarin lees je wat je mag verwachten van de instelling waar je naaste zorg van krijgt.

Bijvoorbeeld:

  • hoe de instelling jou betrekt bij de behandeling
  • welke informatie je krijgt
  • wie jouw contactpersoon is
  • of de instelling werkt met familievertrouwenspersonen en/of een familie ervaringsdeskundigen
  • hoe je een klacht kunt indienen

Je hebt recht op informatie

Als jouw naaste er geen bezwaar tegen heeft, krijg je informatie over de behandeling. Wil jouw naaste niet dat jij informatie krijgt, dan heb je in elk geval recht op algemene informatie. Over de instelling en over de aard van de psychiatrische of verslavingsproblemen bijvoorbeeld.

Is je naaste wilsonbekwaam?

Als je naaste wilsonbekwaam is, dan moet de partner of een familielid toestemming geven voor het opstellen en uitvoeren van het behandelplan. In dat geval overlegt de hulpverlener met de familie of naasten, ook als je naaste daar geen toestemming voor wil geven.

Familievertrouwenspersoon

De ggz-instelling is, vanuit de nieuwe wet verplichte GGZ, verplicht om jou een familievertrouwenspersoon aan te bieden. De familievertrouwenspersoon brengt de positie van familie en naasten onder de aandacht van de instelling. Hij wijst de instelling op regels die voor jou problemen geven en bemiddeld tussen jou en behandelaren en/of help bij het indienen van klachten . Op die manier versterkt de familievertrouwenspersoon het familiebeleid van de instelling.

Steeds meer ggz-instellingen werken met een familie-ervaringsdeskundige (FED). Een FED heeft eigen ervaring als familielid van iemand met een psychische aandoening. Hij/zij zet deze ervaring in om andere familieleden te ondersteunen. Informeer eens bij de ggz-instelling van je naaste naar de mogelijkheden.